18 juni 2026
Een grafmonument dat verrassend dicht aanleunt bij de architectuurtaal van Atelier Carli Vanhout – Paul Schellekens & Ass.
Tussen de vele klassieke grafmonumenten op de historische begraafplaats van Turnhout bevindt zich een opvallend sobere maar krachtige compositie in baksteen, beton en staal. Een grafzerk die, ondanks haar bescheiden schaal, een opmerkelijk architecturaal karakter bezit.
Het graf van Floribert Leysen (1887–1970) en Clara Barrois (1890–1979) trekt onmiddellijk de aandacht door zijn ongewone vormgeving. Geen traditionele arduinen steen of rijk uitgewerkte ornamentiek, maar een brutale, strakke compositie van donkere baksteenvolumes, ruwe betonnen elementen en een eenvoudige metalen ketting. Een bijna sculpturale ingreep, opgebouwd uit pure materialiteit en verhoudingen.
Deze bijzondere vondst werd ontdekt door Jef van Doninck van Erfgoed Noorderkempen. Voor wie vertrouwd is met het oeuvre van het Atelier Carli Vanhout – Paul Schellekens & Ass., voelt het beeld verrassend herkenbaar aan.
De gelijkenissen met de architectuurtaal van de atelierwoning van Carli Vanhout zijn opvallend:
Zelfs de centrale opening tussen beide bakstenen volumes doet denken aan de manier waarop modernistische architecten ruimtes niet alleen definieerden door massa, maar ook door leegte.
De metalen ketting vormt daarbij een bijzonder detail. Ze lijkt niet louter decoratief, maar maakt integraal deel uit van de compositie — een typisch modernistisch uitgangspunt waarbij constructie, functie en esthetiek samenvallen.
Of het monument effectief ontworpen werd door Carli Vanhout of door het Atelier Carli Vanhout – Paul Schellekens & Ass. is voorlopig niet bevestigd. Chronologisch zou het echter perfect mogelijk zijn. De periode waarin het graf tot stand kwam valt samen met de actieve jaren van het atelier in Turnhout.
Bovendien was het in die tijd niet uitzonderlijk dat architecten ook grafmonumenten ontwierpen voor lokale families, ondernemers of kennissen. Zeker binnen de context van de Turnhoutse School, waar architectuur vaak doorliep tot in interieur, meubilair, kunsttoepassingen en herdenkingsarchitectuur.
Wat dit monument vooral bijzonder maakt, is de vanzelfsprekendheid waarmee architectuur hier aanwezig is. Niet als monumentale geste, maar als zorgvuldig opgebouwde compositie van materialen, verhoudingen en details.
Begraafplaatsen vormen vaak een vergeten hoofdstuk binnen architectuurgeschiedenis. Toch zijn ze rijk aan verborgen modernisme: grafmonumenten waarin de vormentaal van hun tijd subtiel aanwezig blijft.
Dit graf in Turnhout toont hoe modernistische ideeën ook buiten woningen en publieke gebouwen hun weg vonden naar kleine, intieme architecturale ingrepen.
Misschien is dit monument geen toevallige verwantschap, maar een stille echo van dezelfde architecturale cultuur die ook de woningen en gebouwen van de Turnhoutse School vormgaf.
Een bescheiden grafzerk — maar met een opvallend sterke architecturale aanwezigheid.
Na het fotograferen van het graf bracht ik nog even een bezoek aan het familiegraf van Jozef Schellekens. Een korte tussenstop, maar tegelijk een bescheiden eerbetoon aan de eerste generatie. Aan de man die mee aan de basis lag van een architecturale traditie die vandaag nog steeds voortleeft. Tussen de stille getuigen van het verleden werd nogmaals duidelijk hoe sterk erfgoed, familiegeschiedenis en architectuur met elkaar verweven zijn.
Misschien zijn het net zulke momenten die ons eraan herinneren dat architectuur niet alleen leeft in gebouwen, maar ook in herinneringen, verhalen en plaatsen van herdenking.